Na ruim zestig columns in de NRC-reeks ‘in het land’ een kleine balans. Waar gingen ze eigenlijk over?
De weinige open ruimte die er in Nederland is, kan zich als algemeen belang steeds moeilijker verdedigen.
Reiger, molscholver. Wat denkt een mol als hij uit zijn element wordt getrokken? Wat denkt hij trouwens in zijn element? Kunnen we ons überhaupt een voorstelling maken hoe het is om een dier te zijn?
In de Oostervaardersplassen is voor de zoveelste keer een afschotsverbod voor herten van kracht. In de polder-Serengeti blijven visies op natuur en natuurbeheer botsen.
Twee ijdele ingenieurs, een eigenwijs Amsterdams stadsbestuur en een ‘kanaalgekke’ koning vochten om de beste oplossing voor een dichtslibbend IJ.
Een ingenieus stelsel van lichten en vuurtorens moest schepen vanaf 1866 helpen om ’s nachts over de Westerschelde te varen van en naar Antwerpen. Nu het is ingehaald door elektronische navigatie wordt het grotendeels ontmanteld.
Rewilding door wandelende duinen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland zorgen voor nieuwe plantensoorten. Maar ‘de natuur’ vrijlaten is toch iets anders.
Metingen met een reusachtige antenne onder een helikopter moeten het zoet- en zout water in de ondergrond van Zeeland tot een diepte van wel 200 meter in kaart brengen.
Je wilt de Noordzee overzeilen en de weersvoorspelling verslechtert. Wat doe je? Over schipperen tussen hoogmoed en angst.
Een oud cultuurlandschap als Amelisweerd opheffen voor de verbreding van de A27 en dat ‘compenseren’ door elders nieuw groen aan te planten is geen zero-sum game.