Zien, gezien worden

Annie Dillard (1945-2026), schrijver
Wie de volledige zonsverduistering wilde zien, moest afgelopen zomer naar IJsland of Noord-Spanje. In de rest van West-Europa ging het licht hooguit half uit. Een hele en een halve eclips hebben niks met elkaar te maken, schreef Annie Dillard, die deze week op 81-jarige leeftijd is gestorven. Het is zoiets als het verschil tussen ‘een man kussen en een man trouwen’, of ‘in een vliegtuig vliegen of eruit vallen’.
Als je haar verhaal ‘Total Eclipse’ had gelezen, over een zonsverduistering in 1979, miste je nu niets in de halfschaduw waar de maan de zon niet helemaal opvrat. Het is misschien zelfs beter dan the real thing.
‘De zon verdween, en de wereld klopte niet. Het gras klopte niet; het was platina. […] Deze kleur is nog nooit op aarde gezien. […] De heuvel was een negentiende-eeuwse foto […]. Alle mensen op de foto, hoe scherp hun gezichten er ook uitzien, zijn nu dood. […] Mijn handen waren zilverkleurig. Ik stond in een film die in de Middeleeuwen was opgenomen. Ik miste mijn eigen eeuw, de mensen die ik kende, en het echte daglicht.’
Het huiveringwekkendste detail: als de maan de zon loslaat en ze de schaduw over de vlakte ziet wegschieten, ’sneller dan het oog kon bevatten […] alsof een god in de hemel de aarde een klap in het gezicht had gegeven, ons had verpletterd en er nu vandoor raasde.’
Gebrek aan beter
Annie Dillard, in 1945 in Pittsburg als Meta Ann Doak geboren, is vaak een ‘natuurschrijver’ genoemd. Maar dat is bij gebrek aan beter. Woorden zoeken bij wat ontzag wekt als je om je heen kijkt, niet bang zijn om er als praktisch mens een god bij te halen, hoe heet dat?

Ze schreef essays, poëzie, twee romans, een autobiografie, verhandelingen over religie en The Writing Life (1989), in 2022 vertaald als Schrijversleven, een geweldig boek over het plezier en de kwellingen van het schrijverschap: ‘Ik raakte bekaf bij het idee van nog een paar woorden meer te moeten schrijven.’
Ze was achtentwintig toen ze in 1974 Pilgrim at Tinker Creek publiceerde, het boek dat haar een Pulitzer-prijs bezorgde en haar in een klap beroemd maakte als nieuwe stem in de Amerikaanse non-fictie, een vrouw nog wel.
Tinker Creek was een nieuw Walden Pond, heette het, naar het meertje in Massachusetts waar Henry David Thoreau zich in 1845 terugtrok om eenvoudig te leven in de natuur. Geen rare gedachte als je wist dat Dillard op Thoreau was afgestudeerd.
Suburbia, geen Arcadië
Maar die vergelijking gaat mank. Thoreau zocht een betere wereld, terwijl zij meer dan genoeg had aan deze. Tinker Creek, een watertje in Virginia, is geen Arcadië maar suburbia. Het hol van een muskusrat of bierblikjes onder elke struik, schrijft ze. Sporen van motorfietsen. Ze kwam er elke dag een jaar lang. Daar werd haar kijken schrijven. ‘Ik ben als een kind dat net geleerd heeft zijn hoofd rechtop te houden,’ schreef ze.
Pilgrim at Tinker Creek probeert die verwondering onder woorden te brengen. Dat lukt nooit helemaal, maar soms komt ze in de buurt. Zoals wanneer ze oog in oog staat met een lichtgevende ceder. ‘Het was niet zozeer zien als wel voor het eerst gezien worden,’ schrijft ze in de vertaling van Henny Corver. Het was een schokkend inzicht. ‘Mijn hele leven was ik zonder het te weten een klok geweest, tot ik op dat moment werd opgetild en geluid.’
“Nature’s silence is its one remark. Met woorden die stilte openbreken is de uitdaging.
Zulke lyriek is wel de uitzondering. In haar natuur zijn wreedheid, dood, schoonheid evenwaardige krachten. De natuur zelf zegt niets. ‘Nature’s silence is its one remark.’ Met woorden die stilte openbreken is de uitdaging.
Zo ook haar ontmoeting met een wezel in Teaching a Stone to Talk (1982): ‘Onze blik was als van twee geliefden – of doodsvijanden – die elkaar onverwacht tegenkwamen op een overwoekerd pad, terwijl ze elk met hun gedachten ergens anders waren,’ schrijft ze. ‘Onze blikken klikten in elkaar en iemand gooide de sleutel weg. […] Zestig seconden was ik in zijn brein en hij in het mijne.’ Dat wezelbrein is trouwens blanco. Anders dan zij kan hij er geen verslag van doen. ‘Zijn journaal bestaat uit sporen in klei, stuivende veren, bloed en botten van een muis.’
Spartaans leven
Na het overweldigende succes van Tinker Creek verhuisde Dillard naar de noordwestkust, dichtbij de Canadese grens, om alleen te zijn. Ze scheidde, maar behield de achternaam van haar eerste echtgenoot (ze zou daarna nog twee keer trouwen). Ze schreef, opnieuw, over natuur, over spartaans leven op het eiland Lummi, over een stuntpiloot, wiens vliegtuig ‘zijn pen’ is. Ze mag een keer meevliegen. Ze zoeken hun weg door een gat in de wolken. Later hoort ze dat hij is neergestort.
Vaak heeft Dillard over het schrijven zelf geschreven; ruim twintig jaar lang gaf ze er les in, in Bellingham in de staat Washington en aan een universiteit in Connecticut. Leerzame adviezen voor jonge schrijvers: ‘Het typische vastleggen is geen verdienste. Alleen iets nieuws maken’ en ‘neem een kamer zonder uitzicht’. En: ‘Een zin is een machine. Een overbodig woord is een sok in de machine.’
Of, in The Writing Life, de fraaie variant op het cliché dat schrijven schrappen is. Klamp je niet vast aan wat je geschreven hebt. Meestal deugt het niet, al is het ‘een dragende muur’. Er is maar een oplossing: ‘Sla die muur eruit. Bukken.’
Dat is het gevoel dat Dillard je in vrijwel elk boek geeft: geen muren. De woorden houden zichzelf schijnbaar moeiteloos bijeen.

Dit is een licht gewijzigde versie van de necrologie die is gepubliceerd in NRC [‘Met woorden wist Annie Dillard de stilte van de natuur open te breken’, 18 september 2026].
Tags: Annie Dillard, Genius loci, natuur