Windhandel

Model van de tjalk Vrijbuiter

 

Schipper Wiebe Radstake stuurt zijn tjalk de haven uit, de Westerschelde op, en laat de zeilen hijsen. Hij zet de motor uit. Hij zet zo ook de klok een dikke eeuw terug. Van de haven van Waloorden in Zeeuws-Vlaanderen naar Bruinisse op Schouwen-Duiveland – een klassieke route voor vrachtschepen in het Zeeland van voor de Deltawerken, zonder bruggen en dammen, waar het vervoer wel via het water moest gaan.
 
De platbodems die Walsoorden toen aandeden, om bieten of vlas te laden bijvoorbeeld, hádden meestal niet eens een motor. Je had je te voegen naar de luimen van de wind en het water. Als er al water was, want Walsoorden was toen een getijdenhaventje dat twee keer per dag droogviel, zodat de schepen urenlang op hun platte bodem in de modder lagen. 
 
Vanuit Walsoorden varen we even langs de Zeeuws-Vlaamse oever, passeren groene boeien die trekken aan hun ketting. De stroming geeft elke boei een kielzog, zodat het soms lijkt of ze naar ons toe varen in plaats van andersom. Dan steken we de rivier over en draaien de sluis van Hansweert in.
 
Radstake kocht zijn tjalk in 2021 en noemde haar – een schip is een ‘zij’ – Vrijbuiter. Zijn vaste ligplaats is Zierikzee, aan de Oosterschelde. Je kunt met hem meevaren om naar de zeehonden te kijken, en voor een bedrijfsuitje of familieweekend, zoals op zoveel klassieke zeilschepen die samen de Nederlandse ‘bruine vloot’ vormen. Maar de komende jaren moet dit schip zijn echte ambitie verwezenlijken: vracht door Nederland vervoeren onder zeil, liefst met betalende passagiers die zo’n vrachtreis interessanter vinden dan een dagje van A naar A varen. En met zo min mogelijk gebruik van de motor. „Elke keer dat ik die aanzet, voelt het eigenlijk verkeerd”, zegt hij. „Zeker in deze tijd. Noem het ecotoerisme 2.0.”
 
Fotograaf Walter Herfst en ik voeren voor NRC Magazine met hem mee van Walsoorden naar Bruinisse, op zijn eerste proefvaart met vracht: anderhalve ton tarwe in zakken die naar molens in de Hoekse Waard moeten. In Walsoorden heeft hij kratjes bier geladen, een deel van de vierduizend liter die speciaal voor hem is gebrouwen in Hulst, met tarwe uit een traditionele molen. Door de wind heet het bier, een naam die ook verwijst naar het ‘door de wind’ of ‘overstag’ gaan van een zeilschip. Een deel moet naar Steenbergen in Noord-Brabant waar het verkocht wordt op het stadsfestival, en een ander deel naar Rotterdam.
 
Geen illusies: vrachtvervoer onder zeil is niche en zal niche blijven. Maar Radstake en zijn gezin leven goedkoop, en geld alleen maakt niet gelukkig. Sowieso leent niet elk product zich ervoor. Ja, bier dat CO-neutraal naar een festival wordt gebracht, heeft de feelgoodfactor. Tarwe, zoals die vijftienhonderd kilo ‘Zeeuwse vlegel’ in het ruim ook. Op de laatste etappe zullen zich twintig Zuid-Hollandse molenaars inschepen. „Zij zijn ook windgebruikers”, zegt Radstake. „Zij begrijpen dit verhaal.”
 
Maar het concept is niet alleen economisch, denkt hij. En het gaat verder dan de traditionele chartervaart ‘zonder doel’. „Door mee te varen op zo’n vrachtreis, inclusief een of meer overnachtingen, word je een deel van de bemanning, én een deel van het verhaal. Misschien is dat wat de Vrijbuiter moet zijn: een verhalenmaker.”
 
 
 
 
Lees hier het hele verhaal in NRC Magazine van mei 2022.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published.