Van toen naar nu

15. November 2021 Uncategorised 0
Duurswouderheide, Friesland
Duurswouderheide, Friesland (Foto Eric Brinkhorst)

Het verleden, zelfs het alleroudste, is in Nederland niet ver weg. Neem deze prachtige foto die NRC-fotograaf Eric Brinkhorst met zijn drone maakte boven de Duurswouderheide in Friesland. De nagenoeg cirkelvormige meertjes zijn een restant uit de laatste – of: jongste – IJstijd, die tot zo’n 12.000 jaar geleden duurde. Het landijs en de gletsjers waren in ‘Nederland’ verdwenen, maar de bodem bleef stijfbevroren toendra.

Waar grondwater door de permafrost omhoog kroop, bevroor het en stuwde de bodem op tot een heuvel met een kern, een ‘lens’ van ijs. Pingo’s heten ze en in het noorden van Canada zijn ze nog steeds te zien, al weten we niet hoe lang nog.

Toen op onze breedtegraad de bodem smolt, zegen de pingo’s ineen tot een ronde kuil, een ‘pingoruïne’, die zich met water vulde. Er zijn er veel meer in Nederland, maar op de Duurswouderheide liggen ze met een groepje aan je voeten als je een hoog gezichtspunt inneemt.

Zoals Eric met zijn drone. En zoals de ganzen die er overvliegen en dan neerstrijken om uit te rusten. Ik noemde dat het ‘Nils Holgersson-perspectief’ in de voorlaatste aflevering van de wandelrubriek die ik vorig jaar schreef voor het maandelijkse supplement dat toen nog Het Blad bij NRC heette en intussen is omgedoopt tot NRC Magazine.

‘Van toen naar nu’ heette mijn rubriek: tien wandelingen, tien etappes door de tijd, van het alleroudste dat in de Nederlandse geologie aan het oppervlak zichtbaar is tot aan de moderne tijd. Het idee kwam van Roel, een bevlogen amateur-geoloog en de man van mijn collega Anne. Dankjewel Roel, want je bedacht wat in wandelrubrieken nogal eens ontbreekt: een thema, rode draad, plot zo je wilt.

De aflevering over de Duurswouderheide met zijn pingoruïnes is hier in zijn geheel te lezen. Daaronder de andere afleveringen, inclusief beknopte aanwijzingen plus – in de online-versie – steeds een kaartje voor wie deze plekken ook eens wil verkennen.

 

1. Ik begon mijn wandeling 330 miljoen jaar geleden – ik weet het nog goed, het was een donderdag – in Zuid-Limburg, in de Heimansgroeve, genoemd naar een schoolmeester en collega van Jac. P. Thijsse van de Verkade-albums. De aarde is zo’n vijf miljard jaar oud, dus deze stenen zijn piepjong. In België zijn al oudere stukken aarde bovengronds te zien, en in de ondergrond van Nederland zitten uiteraard veel oudere gesteentes, maar aan de buitenkant is dat waar we het mee moeten doen: donkere, gladde stenen uit het laat-Carboon. Overigens kun je ze overal zien, als je het weet: als onderdeel van muren of stoepen of drempels of trottoirbanden. Hier zie je ze als het ware nog in het wild. (Ooit stroomde hier de zee, 30 januari 2020)

2. ‘Trias, Jura, Krijt’ is zo’n drievoudig ezelsbruggetje als ‘Jozef, Richteren, Ruth’ of het opdreuntrio van de lagere school: ‘Java, Sumatra, Borneo (Celebes en de Mo-lúk-ken)’. Hoe dan ook: in de steengroeve van Winterswijk liet geoloog Herman Winkelhorst me de fossielen uit het Trias zien, die hij eigenhandig heeft bevrijd uit het kalksteen van 240 miljoen jaar geleden, zoals de saurichthys diannea, een spitssnuitvisje, vernoemd naar zijn vrouw. Zo laat hij me in de tijd kijken, „verder dan onze instrumenten reiken”, dichtte Gerrit Achterberg, „bij God op tafel”. (Een wandeling langs het kalksteen van Winterswijk, 4 maart 2020)

3. De wandelserie had ook Nederland aan zee geheten kunnen hebben, want het was ooit altijd wel eens zee hier. Zeker in Losser, Twente (nooit ‘Achterhoek’ zeggen), Overijssel, waar de Staringroeve veel oude zeebeesten uit de fossiele kalk van het Krijt (100 tot 145 miljoen jaar geleden) heeft opgeleverd. (Hoe fijn het is te wandelen met een papieren kaart, 30 maart 2020)

4. Aan het strand van Cadzand, het zuidwestelijkste puntje Nederland, heb ik veel herinneringen. Onder andere aan de fossiele tanden van haaien uit het Eoceen (556 tot 34 miljoen jaar geleden) die je er nog steeds uit het zand kunt zeven. Ik was er op een doodstille dag, midden in de eerste corona-lockdown, en vond er maar eentje, een ghavend exemplaar, maar de eer was gered. (Op zoek naar een haaientand in Cadzand, 29 april 2020)

5. Bij Deurne, in Noord-Brabant, rijst het ene stuk grond al 25 miljoen jaar en daalt het andere. Het is dat het dalende stuk zich steeds heeft gevuld met zee- en rivierwater dat zand en grind en klei achterliet, anders zou tuinder Henk Kerkers uit zijn keukendeur in een ravijn van twee kilometer diep kijken. Dit was een wandeling langs de zogeheten Peelrandbreuk, een stukje van het geologisch craquelé dat Europa van de Middellandse zee tot ver in de Noordzee doorsnijdt. (Hier rijst en daalt de aarde, 3 juni 2020)

6. De Brunssummerheide is een stukje kustlijn van een subtropische zee van 15 miljoen jaar geleden, het Mioceen. Nu is het een natuurgebied, het grootste aangesloten natuurgebied van Zuid-Limburg, zegt natuurmonumenten. Ik vond het postzegelnatuur. (Dwalen over kruimels hei, 29 juni 2020)

7. Je kunt het het oudste strand van Zeeland noemen: de Mr Van der Heijengroeve in Nieuw-Namen, in Zeeuws-Vlaanderen, niet ver van Antwerpen. Zand, afzettingen met schelpen uit het Plioceen, drie miljoen jaar gelden, afgedekt met zand dat later kwam aanwaaien. Voorlopers van de huidige Schelde hebben het meeste ervan weer weggespoeld, behalve deze lage bult in het landschap. (De groeve tonen is ‘m kapotmaken, 2 sept 2020)

8. Wieringen was een eiland, als je er vanaf het oude land, dus niet de A-zoveel door de Wieringermeer, maar via de oude kustlijn langs de oude Zuiderzee heen rijdt, zie je het nog steeds als een brok land oprijzen uit zee, een keileembult uit het Saalien, 150.000 jaar geleden. (Je hebt hier weinig wegwijzers nodig, 28 sept 2020)

9. Zie boven. Op de Duurswouderheide is het onmogelijk om niet even te denken aan Alfred Issendorf, aankomend geoloog en de tragische hoofdpersoon van W.F. Hermans’ roman Nooit meer slapen (1966). Hij wil een grootse daad stellen door te bewijzen dat de pingo–ruïnes of – eveneens ronde – doodijsgaten in Noord-Noorwegen niet veroorzaakt zijn door smeltend ijs, maar door meteorieten. 

Daarvoor heeft hij dan wel eerst het goddelijke gezichtspunt van de luchtfoto’s nodig, waarop je ‘alles honderd maal beter [ziet] dan iemand die op de grond staat, tussen de struiken en tot zijn knieën in het moeras’. Hij reist af zonder, bemachtigt ze later alsnog, maar dan is er niets bijzonders op te zien. Is Hermans hier ooit geweest? (Het Nils Holgerssonperspectief, 2 november 2020)

10. Nu, we zijn er. Nu, dat moment heb ik gemakshalve maar vereenzelvigd met de Romeinse tijd, 2.000 jaar geleden – zoveel is er geologisch sindsdien niet veranderd. Ik wandelde mijn laatste etappe op het door snelwegen belaagde landgoed Amelisweerd langs de Kromme Rijn. Die rivier is nu een kronkelvaart, maar als je goed kijkt zie je nog steeds de zandruggen en meanders van de rivier die ooit de enige Rijn was, die bij Katwijk in zee stroomde en de noordgrens van het Romeinse Rijk vormde (Zo blijft het land veranderen, 2 december 2020)

 

 


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *