Fotowedstrijd

In 2019 organiseerde NRC een fotowedstrijd in twaalf afleveringen: elke maand een thema, waarbij ik steeds een paar losse gedachten opschreef in het katern Leven.

De eerste aflevering, ‘Nederland woont’ (28 jan) ging over de Nederlandse gewoonte om de gordijnen ‘s avonds open te houden, zodat wij wel een natie van exhibitionisten en voyeurs moeten zijn. In de tweede aflevering, ‘Nederland heeft lief’ (28 feb), sloop het idee van weerloosheid erin, en dat je moet oppassen dat fotografie geen schenden kwordt, zoals Susan Sontag schreef. Veel van de ingezonden amateurfoto’s troffen dat moment van weerloze intimiteit, en ik dacht het ook te zien in een evergreen als ‘De kus’ van Robert Doisneau uit 1950. Dat die foto intussen al zo vaak is gezien, zegt nog niets over het moment dat hij vastlegde. Maar sinds ik las dat Doisneau zijn foto’s van ‘Geliefden in Parijs’ in scène zette, kan ik er toch niet goed meer naar kijken.

‘Nederland werkt’ (18 mrt) was de derde aflevering, waarvoor ik – het kon bijna niet anders – Sebastião Salgado’s foto’s van de laatste zware arbeid op aarde als ijkpunt gebruikte: gouddelvers, oliewerkers, suikerrietsnijders, scheepsslopers. En toen was de trend gezet om de gegeven thema’s en die in Nederland gemaakt amateurfoto’s te verbinden aan een aantal van mijn lievelingsfotografen.

‘Nederland sport’  (15 apr) moest wel over ‘tijd’ gaan. Dan kom je als vanzelf uit bij Henri Cartier-Bresson, die het idee van ‘le moment décisif‘ muntte, het moment waarop de fotograaf ‘als een zen-boogschutter’, zei hij, oog en hart en hoofd op één lijn moet zien te krijgen – en dan afdrukken. Waarschijnlijk geen mooiere foto die toont wat ‘HCB’ bedoelde dan die van de man die op een dag in 1932 achter het Gare Saint-Lazare in Parijs over zijn spiegelbeeld in een plas water sprong.

Voor de vijfde aflevering, ‘Nederland feest’ (20 mei) koos ik de spectaculaire, merendeels door anonieme fotografen gemaakte foto’s uit Studio 54, de New Yorkse nachtclub die zijn hoogtijdagen beleefde vanaf 1977 en die het blad Rolling Stone „een hedonistisch bacchanaal dat 33 maanden duurde” heeft genoemd. Snapshots zonder overduidelijke compositie die toch in het collectief geheugen zijn beland: Bianca Jagger die op haar verjaardag op een wit paard over de dansvloer rijdt, Andy Warhol met en zonder bril, Liza Minnelli en Paloma Picasso, het stof in de schijnwerpers boven de volgepakte dansvloer waarvan je vermoedt dat het coke is. En doorkijkjes in de halfduistere separeetjes vol mensen die zweten „omdat ze net iets hadden gedaan of gingen doen”, zoals Grace Jones het noemde.

Aflevering zes, ‘Nederland eet’ (24 juni) ging over de foto’s van opgemaakte borden waarvan Instagram overloopt, maar de daad van het eten zie je maar zelden.

‘Nederland ontspant’ (24 juli) was de zevende aflevering. Ik koos allereerst de foto’s van Erich Salomon (1886-1944), de eerste die ook achter de coulissen van de politiek fotografeerde – ministers in rok, in slaap gevallen na de onderhandelingen over de Duitse strafbetalingen na de Eerste Wereldoorlog, bijvoorbeeld. Er loopt een rechte lijn van zijn foto in Parijs naar de Haagse dinertafel waar Hans Wiegel en Dries Van Agt in 1977 hun kabinet smeedden. En ik kon ook niet om Rineke Dijkstra heen, die in NRC vertelde over de ‘paradox van de ontspannen pose’. „Dan zeg ik, terwijl ik mijn camera installeer: ga maar vast lekker op die bank zitten. Op een gegeven moment gaan ze toch een houding zoeken die lekker zit. Dan ontspannen ze zich. En dan druk ik af.”

Hoe kun je de natuur – wat dat ook moge wezen – fotograferen zonder mierzoete kalenderplaatjes te maken en met oog voor het idee dat wij waarschijnlijk de eerste diersoort zijn die de natuur op een beslissende wijze aan het veranderen is? Zie, in aflevering negen, ‘Nederland dier en natuur’ (21 aug) de foto’s van Frans Lanting van Antarctica, zoals die pinguïns in de verte op hun ijsberg, voorbij de boeg van het schip waar de pooltoeristen in hun donsjacks zijn verzameld om naar de drenkelingen van Planeet Aarde te kijken, nog onwetend dat ze zelf ook drenkelingen zijn.

Even stilzitten, klik, klaar, denken veel mensen over het maken van een portretfoto. Maar zo is het niet. Een goede portretfoto wordt gemaakt met een schildersblik, schreef ik in aflevering negen, ‘Nederland poseert’ (23 sept).  David Hockney liet dat letterlijk zien door zijn model – bijvoorbeeld zijn moeder in het weergaloze portret bij Bolton Abbey – met zijn ogen af te grazen en vast te leggen in overlappende polaroids.

Robert Frank, Zwitser van geboorte, wilde in de Verenigde Staten, zijn nieuwe vaderland, alleen “puur en simpel” rondkijken, zonder te  oordelen. Daarover ging aflevering tien, ‘Nederland onderweg’ (21 okt). Tijdens zijn reizen fotografeerde Frank op willekeurige plekken in de VS segregatie, discriminatie en armoede in een tijd dat de American Dream in de officiële beelden al realiteit was. Het werd hem niet in dank werd afgenomen.

Het weer is er altijd, maar kun je het ook zien als het niet om de extremen van donder en bliksem gaat? In aflevering elf, ‘Nederland en het weer’ (18 nov) probeer ik er iets over te zeggen aan de hand van Ansel Adams’ beroemde foto van de maan in de schemering boven een dorp in New Mexico.

En tot slot is er Siebe Swart, de man die Nederland-waterland al decennia uit de lucht fotografeert, en sinds kort ook vanaf de vloedlijn in zijn seascapes waar land en lucht en water naadloos in elkaar overgaan. Hem koos ik voor de laatste aflevering, ‘Mijn Nederland’ (23 dec). We leven veilig achter dijken, denken we maar al te graag, maar – en ja het is een cliché – de strijd tussen land en zee en rivieren is permanent, laat Siebe Swart in zijn foto’s zien.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *