Tussen eb en vloed

Door het water afgesneden op Lihou Island (Guernsey)

Bij vloed is Lihou een eilandje. Bij eb kun je er naartoe lopen, over een weggetje met knalgroen wier tussen de klinkers. Lihou ligt bij Guernsey, een van de grotere Kanaaleilanden. Ik was er in 1983, met mijn broer Menno, die vandaag 54 zou zijn geworden.

We liepen een paar dagen langs de kust en bezochten forten en kazematten. De Kanaaleilanden waren het enige stukje Brits grondgebied dat Hitler in handen kreeg. Hij liet er meer bunkers neerzetten dan waar ook. Op de rotsen tegenover Lihou staat een bijzonder exemplaar: een betonnen toren met kijkspleten; het gemetselde voetstuk is van een verdedigingstoren uit een ouder tijdperk.

Zo kwamen we uit bij dat weggetje over de zeebodem en staken over naar Lihou. We zaten er op een strand met reusachtige kiezels, zagen de zon smeulen en in de verte een vuurtoren aangaan. En toen we terug wilden stond de weg onder water.

Klassieke vergissing, ontdekte ik later. Ebenezer, de titelheld van een van de mooiste boeken over Guernsey, The Book of Ebenezer Le Page van G.B. Edwards, overkwam hetzelfde, ergens aan het begin van de vorige eeuw. “De zee gaat af”, zegt hij, als hij met zijn vriend Jim voor de causeway naar Lihou staat. “Nee, het tij is aan het keren”, zegt Jim, die maling heeft aan de tijd. “Kom op, we gaan.”

Ze vonden er niet veel, behalve een oude ketel waarin zeewier gekookt werd (om er jodium uit te halen). Ze bekeken de ruïne van het kerkje. Monniken woonden er al lang niet meer op Lihou. En ze verbaasden zich over de konijnen die er voor hun voeten wegschoten, waar je ook liep. Ze zaten in het gras en zagen de vuurtoren aangaan. En toen ze terug wilden stond de weg al onder water. “Toch maakte ik me geen zorgen”, herinnert Ebenezer zich. “Ik was nog nooit zo gelukkig.”

We maakten een vuurtje en brachten toch een koude nacht door. Toen we wakker werden, met een keiharde zon en het gekrijs van de scholeksters en plevieren, zagen we hoe het land langzaam uit de zee omhoog kwam. Over een paar uur zou de weg weer begaanbaar zijn.

Menno hield van het land tussen eb en vloed. Aan de Normandische kust, die dichterbij de Kanaaleilanden ligt dan de Britse, bracht hij uren door in het droogvallende gebied van rotsen en wier, dat we de wiervelden noemden. Als kind, op vakantie, en later nog steeds. Krabben met een tentharing van onder een steen halen, een vislijn uitleggen bij eb en die bij de volgende eb ophalen. Je kunt het stropen noemen. In Frankrijk zeggen ze pêche à pied, voetvissen.

Menno schreef er een van zijn laatste kookrubrieken over, in 2013. Het was springvloed en dus ook spring-eb. De wiervelden leken zich tot de horizon uit te strekken. “Iemand Mozes nog gezien, onlangs?”

Hij vertelde waar je daar het best de “minder vluchtgevaarlijke beestjes” kunt uitgraven, “zoals amandes, palourdes en ander geschelpte”. Om daar een spaghetti alle voetvisvongole mee te maken.

Maar op Lihou hadden we die avond alleen een pak crackers.


3 thoughts on “Tussen eb en vloed”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *