Uit het raam van Albert Marquet

Notre Dame 1908-1

Een persienne is een Frans raamluik dat wij dan weer louvre noemen. Je houdt er het meeste licht en vooral de warmte van de dag mee tegen. Aan het eind van zijn leven, toen hij veel tijd in Algiers doorbracht, heeft de Franse schilder Albert Marquet (1875-1947) opmerkelijk veel ramen geschilderd. Van binnenuit. Soms zie je er nog een hel stukje stad of tuin achter, maar meestal niet. Je ziet alleen een stuk kamer, het kader van het raam en die luiken.

In het Musee d’Art Moderne de la Ville de Paris is tot 21 augustus een tentoonstelling te zien van het oeuvre van Marquet. Hij schilderde havens – alleen al die van Algiers heeft hij tientallen keren geschilderd, maar hij was ook in Hamburg, Rotterdam en Napels – en Parijse stadsgezichten, de Seine een stukje stroomafwaarts, Franse badplaatsen. Als hij zich met kunsttheorieen over vorm en kleurgebruik had beziggehouden, had hij zichzelf een fauvist genoemd. Henri Matisse was zijn vriend. Bonnard en Marquet hebben ook goed naar elkaar gekeken.

Die ramen, aan het eind van de tentoonstelling, zijn raar voor een man die meestal ‘een buiten’ schilderde. Maar opeens zie ik het: die ramen zijn er altijd geweest. Hij heeft alleen een stap achteruit gedaan. Die havens en stadsgezichten schilderde hij ook vanuit het raam, of vanaf een balconnetje. De kamers die hij op reis huurde moet hij op dat hoge standpunt hebben uitgezocht. Het atelier op de Quay Saint-Michel, dat hij van Matisse overnam, was ook op vier of vijf hoog. Bijna altijd is het er, dat standpunt en een scherp kader. En bijna altijd dezelfde vlakvulling. Een drukke voorgrond – woonschuiten, een trammetje, overstekende mensen, een samenscholing van stoomsleepbootjes in Rotterdam. Dan een betrekkelijk lege middle distance – een rivier, een baai, de kom van een haven met weinig beweging of het moet de omhoogkringelende rook uit de schoorsteen van een pakketboot zijn. En dan de horizon. Die is nooit leeg en ver weg, maar altijd gesloten. Een bergketen, de Vesuvius, gebouwen, de Notre-Dame.

Je ziet het als je het weet, en je aarzelt om het geen maniertje te noemen. Maar zo moest het en niet anders.

Met zijn vrouw, Marcelle, was hij een tijdje in Carthago, ruïnes onder de zon. Hij heeft er hoegenaamd niets geschilderd. “Geen voorgrond”, zei zijn vrouw.
Maar op de Notre-Dame raakte hij niet uitgekeken. Zoals Monet een kamer huurde in Londen om de Charing Cross-treinbrug te schilderen op elk uur van de dag en in alle soorten denkbare mist, zo legde Marquet de Notre-Dame vast in alle seizoenen. Uit het raam, door het raam.


Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *